Abstractie in de kunst.                                                                                                                        Terug

 

Hoewel ik uitermate geboeid ben door abstracte kunst en mijzelf graag in die kunstvorm uitdruk, lijkt het mij toch moeilijk om daar iets zinnigs over te schrijven.

Ter verheldering, abstract betekent volgens het woordenboek ‘het afgetrokkene’; dat klinkt niet erg aantrekkelijk. Meer nuancering krijgen we vanuit de wijsbegeerte.

 

Abstractie 1) of abstraheren is het deelsgewijs of onder beperkende opzichten beschouwen, zonder daarbij het onbeschouwde te ontkennen. In bijzonder de partiele, isolerende abstractie, waarbij een deel van het geheel wordt beschouwd, zonder de rest (de generaliserende abstractie is hier niet van belang).

 

Opmerkelijk is dat ik al meteen begin met een aanname, de definiëring uit de filosofie, om over abstractie in de kunst te schrijven. Ik zoek kennelijk houvast in een beginpunt voor dit artikel en misschien werk ik ook zo in m’n atelier.

Heb ik dan een ‘beeld  voor ogen’ (wat een concrete plastische uitdrukking!), ofwel heb ik al min of meer duidelijk wat ik wil uitbeelden en ga ik dat dan abstraheren?

Dat kan, maar het ‘niets’ in de kunst, totale abstractie, lijkt mij onmogelijk.

Eerder was Malevitsj 2) in zijn denken hierover al zover gekomen met zijn schilderij ‘Wit op wit’ – 1918; hem deels citerend: ” ….. en niets is echt behalve het gevoel ….. het gevoel van niet-objectiviteit”.

Of anders, ik heb een bepaald gevoel, subjectief dus, en wil daar ‘handen en voeten’ (al weer een concrete plastische uitdrukking!) aan geven; ik heb dan uitdrukkingen nodig, middelen die mijn gevoel in een mate van abstractie uitdrukken.

 

In de manier waarop ik mij hier uitdruk, het taalgebruik, blijkt al dat het heel gewoon is om zaken met concrete begrippen te benoemen als ik over iets abstracts wil uitweiden: middelen. We gebruiken in de taal veel concrete begrippen in overdrachtelijke zin; ‘schilderen’ met zulke begrippen heet m.i. dan poëzie.

In de manier waarop ik mij als kunstenaar uitdruk, heb ik tastbare middelen (hardware) nodig, maar ook niet-tastbare (software) zoals lijnen, vlakken, vormen, compositie, kleuren, tonen, structuren, etc.

In de wijze waarop ik deze middelen benut, ligt dus het vraagstuk van abstractie.

 

Van een stilleven van de hedendaagse Groningse kunstschilder Henk Helmantel kun je zeggen dat die met een fotografische nauwkeurigheid is geschilderd; hij gebruikt een ‘taal’ die algemeen gelezen kan worden. Echter, het uitgestalde beeld met antieke elementen is niet van vandaag, maar een fictie. Niemand zal het als een abstract schilderij beschouwen, maar daarin ligt al een afstand tot de werkelijkheid.

 

Figuratieve kunst 3) heeft het vermogen om volkomen concreet te zijn – met betrekking tot een persoon, een plaats, een gebeurtenis of een voorwerp. Deze lezing zou ik  willen nuanceren, omdat er enige mate van abstractie in het beeld door de kunstenaar plaats vindt als die niet uitsluitend zuiver wil registreren; de kunstenaar voegt zijn/haar kijk aan dat beeld toe.

Abstracte kunst houdt zich van nature bezig met generalisaties …. 3).  Tegen de achtergrond van esthetische analyse zoals in stromingen als minimal art, conceptuele kunst, etc., is dat door de betrokken kunstenaars zeer zichtbaar gemaakt; zij hebben elk echter ook hun kijk in hun beeld vastgelegd.

 

Nogmaals een citaat:  … het is niet overdreven te stellen dat abstracte schilderkunst een van de belangrijkste slachtoffers was van de terugkeer naar het inhoudelijke, …. 3).

De vraag over abstracte kunst in de toekomst wil ik daarom anders benaderen; niet vanuit stromingen, maar vanuit de individuele kunstenaar. Een stroming van abstracte kunst was een bedding waarin ‘de waarheid’ van het beeld veiliggesteld werd; een toetsteen. Anno tweeduizend zal de beeldend kunstenaar, die abstract werk voortbrengt dat buiten de reeds gebaande paden valt, zich meer inspanningen voor erkenning moeten getroosten. Zijn/haar rol was altijd al een grens, van de gevestigde kijk op kunst, te verleggen.

 

De kunstenaar wil het beeld maken dat hem/haar voor ogen staat en gaat het er niet om het werk categoriseren. Als er van uitgegaan wordt dat elk menselijk handelen communicatie is, beseft de kunstenaar dat het beeld gelezen moet kunnen worden. Hoe abstract het werk ook is, het moet een ‘taal’ tonen die aanspreekt; anderzijds moet het abstracte werk een strikt persoonlijke weergave zijn, zonder concessies.

Die beeldtaal moet kennelijk een eigenheid hebben die specifiek de visie van de kunstenaar weerspiegelt en toch voor toeschouwers toegankelijk is. Altijd al is de kunstenaar een individualist, maar heden ten dage misschien meer dan ooit.

 

Wereldwijd explodeert het geproduceerde beeldmateriaal, waaraan een voortgaande vernieuwing valt vast te stellen; die richt zich echter steeds meer op de ‘gebruiker’.

Het artistieke beeld moet vandaag de dag kennelijk beter ‘te lezen’ zijn, maar hoe bewerkstellig je dat als professioneel beeldend kunstenaar. De nieuwe stroming is de commercie, waarbij vanuit een op jou toegesneden imago jouw ‘images’  een plaats in de buitenwereld krijgen. Een intermediair, die je werk ‘vertaalt’ naar de kijker voor zover die niet zelf een kijk op jouw kunst heeft. Kortom, prachtig.

 

Frans R. Veenhoven, beeldend kunstenaar, Appelscha okt. 2004


[1] Grote Winkler Prins, deel 1, 6e druk, pag.166.

[2] Hugh Honour & John Fleming, Algemene Kunstgeschiedenis, 4e druk 1993, pag.670.

[3] Edward Lucie-Smith, KunstNu, 2e druk 1996, pag.63.

 

Artikel: Abstractie in de kunst (artikel-1)

 

Terug

 

 

 

I am Frans Veenhoven from Holland. Professional artist, name Snarf. I produce paintings, objects and graphics.
As professional artist Snarf  from Holland I sell paintings of modern art, mostly abstract, so are my 3D art-objects and graphics.